Wij zijn wel grappige wezens

Door: Marieke Bakker | 25-03-2019

Even een ‘time out’. Ik ben naar een strandje gereden, beladen met boeken plof ik op het grasveld neer vlakbij het water. Om mij heen zijn spelende kinderen, honden die worden uitgelaten en vlakbij mij zit een jongen, een sporter zo te zien. Hij maakt met zijn mobiel een foto van het uitzicht en deelt dit waarschijnlijk met zijn vrienden. Het is een mooie dag, de zon schijnt volop.

Te midden van al die mensen zit ik, met mijn boeken en het kleedje waarop ik lig. Moe van een werkweek in het ziekenhuis. Mijn eerste werkwerk op de afdeling waar mensen met kanker worden verpleegd. Een moment denk ik terug aan mijn patiënten die ik verpleegd heb. Een man van rond de vijftig die net te horen heeft gekregen dat hij niet lang meer te leven heeft. En een vrouw met een grote halswond door de bestralingen. Ze bleef, ondanks de pijn, dapper en optimistisch. Ik laat het gaan. Ik geniet van de zon die haar stralen werpt op het water.

Ik was vanmorgen onrustig, ik had het gevoel dat ik van alles moest doen. Het was zo’n mooie dag, hier moest ik echt van gaan genieten. Ik wilde met vrienden gaan afspreken en ‘s avonds ergens heen gaan om nieuwe mensen te leren kennen. Verschillende vrienden deed ik een berichtje met de vraag of ze zin hadden wat te gaan doen, maar zonder resultaat. De hele ochtend bleef mijn mobiel de aandacht trekken, ik keek in mijn mailbox, zat even op Facebook. En buiten scheen de zon. Ik bedacht me dat ik ook nog een artikel wilde schrijven. En dat was het moment dat ik besliste om niks meer met vrienden af te spreken, maar zelf wat te gaan ondernemen. 

Ik stopte wat ‘boeken’ in mijn tas, o.a. het boek ’Gedachten’ van Blaise Pascal en ik reed naar een strandje in de buurt. En nu zit ik te midden van deze boeken te schrijven. Ik kom tot rust. Het water spoelt kabbelend aan. Om mij heen genieten de mensen van de zon. Mijn oog valt op een tekst in het boek ‘Gedachten’: ’Wij zijn wel grappige wezens, dat wij ons verlaten op het gezelschap van onze gelijken: even ellendig als wij, even machteloos als wij, zullen zij ons niet helpen. Wij moeten alleen sterven.’

Die tekst raakt me. Hoe vaak zoek ik geen waardering bij andere mensen door een mooie profielfoto of een indrukwekkende vakantiefoto te plaatsen? In mijn werk sterven mensen, vaak zonder hoop. Alleen. Ik peins. Is het wel goed dat ik waardering zoek? Het woord ‘zelfaanvaarding’ komt in mij op. Ik ben zo vaak geneigd om mijzelf te oordelen en waardering te zoeken bij anderen. Ook weer vandaag. Ik zoek waardering bij mensen. Maar aanvaarding is beter. Ik ben onderdeel van Gods schepping en ik mag in mijzelf de heerlijkheid van God zien. Maar het ellendige is, dat ik mijn gaven en talenten nogal eens gebruik tot oneer van mijn Schepper. Als ik bijvoorbeeld een mooie foto plaats, zit ijdelheid, hoogmoed vaak in mijn hart. Peinzend kijk ik naar het kind dat voor mij in het water speelt, naar een jongen in fluoriserende roze zwembroek die een selfie maakt bij het water. Hij waagt er toch een duik in, nu kan het nog. Wij mensen zijn grappige wezens.

Wat zou het mooi zijn als ik mijn gaven en talenten, die ik van God gekregen heb, op de juiste manier kan inzetten. Dan zal alles op zijn plek vallen. Geen waardering meer zoeken bij mensen, maar iedere dag mijn talenten biddend inzetten tot nut van mijn naaste. Wat een rust zal dit dan geven, dan valt alles op zijn plek. Geen zelfwaardering, maar zelfaanvaarding. Christus heeft dit volmaakt volbracht, Hij zocht geen waardering bij de mensen, maar diende in alles God de Vader. Ik besluit mijn mobiel met de social media vandaag te laten voor wat het is. Ik glimlach naar een oude man naast mij. Het is goed geweest dat ik tijd genomen heb om tot bezinning te komen. Ik pak het boek ‘Gedachten’ van Blaise Pascal en lees verder.